De bom onder de Europese titel van 1988 – deel 1

Onvergetelijke EK-Voetbalverhalen van gastschrijvers
Cyriel Hamstra met deel 1 van een drieluik: De bom onder de Europese titel van 1988, een Onvergetelijk avondje Kuip

Als supporter van het Nederlands Elftal denk ik nog vaak terug aan ‘mijn allereerste interland’. Op mijn veertiende verjaardag, op 11 oktober 1987, kreeg ik van mijn vader een kaartje voor de wedstrijd Nederland-Cyprus. Samen met mijn pappa een kwalificatiewedstrijd bezoeken, de oranjehelden in het echt zien, voor het eerst naar een groot voetbalstadion. Wat een belevenis zou dat worden! Een onvergetelijk avondje Kuip. En dat werd het… Want ik kon vooraf niet vermoeden dat ik getuige zijn van een bijzondere gebeurtenis in de historie van het Nederlandse interlandvoetbal. Een gebeurtenis die letterlijk een bom zou leggen onder de Europese titel van 1988.

“Appeltje-eitje!”
28 oktober 1987. In het oranje. Op een woensdagmiddag met een bus vanuit het Drentse Zuidlaren naar Rotterdam. Feest onderweg. Bierdrinkende, zingende en lallende medepassagiers die op de snelweg als oranje bavianen uit de nooduitgangen hangen. Zwaaiend naar al die andere Oranjesupporters die in de file staan op weg naar de Kuip. Het moest en zou een feest worden. Het Nederlands Elftal kon zich die avond voor het eerst sinds acht jaar kwalificeren voor een eindtoernooi. Het Europees Kampioenschap in West-Duitsland. Daarvoor moest alleen nog even afgerekend worden met voetbaldwerg Cyprus. “Appeltje-eitje!”. Daar was iedereen het wel over eens.

“Dit hoort er vast niet bij”
Een magisch gevoel. Het moment dat ik samen met mijn vader de tribune van de Rotterdamse Kuip betrad. Onbetaalbaar. Inderdaad. De sfeer in het stadion is overweldigend! Een grote, golvende oranjezee verwelkomt de helden van een langverwachte, nieuwe succesgeneratie op het veld. Ik zing trots en uit volle borst het Wilhelmus mee. Kippenvel. Direct vanaf de aftrap, na amper een minuut weet Johnny Bosman het net al te vinden en brengt het oranjelegioen in extase. 1-0.

Op het moment dat Oranje een paar minuten later aan een nieuwe aanval begint, klinkt er een enorme knal door het stadion. Ik zie dat het doelgebied van de Cyprioten, recht voor ons, in witte rook wordt gehuld. “Dit hoort er vast niet bij”, grapt mijn vader. Maar hij lacht niet. Consternatie op de tribune, langs de lijn. Spelers in verwarring. Keeper Charitou zakt op de grond. In het vak naast ons ontstaat tumult. Er wordt geschreeuwd, geroepen en zelfs gevochten. Met het “hij is een hondelul” laat het Oranjelegioen weten hoe ze over de projectielgooier denken. Ik zie dat enkele supporters een jongen vasthouden. Daarna gaat mijn aandacht weer naar het veld. De scheidsrechter fluit. Verzorging voor de aangeslagen keeper. Spelers verlaten het veld en aan de zijlijn wordt druk overlegd. Het wordt stil in het stadion.

“Cyprus, Cyprus!”
Er wordt gepraat. De Cyprioten hebben er geen zin meer in. “Cyprus, Cyprus!”, scanderen we vanaf de tribune. Na lang onderhandelen, keren de spelers terug op het veld. De wedstrijd wordt hervat. Er wordt nog zeven keer gescoord door het Nederlands Elftal. Bosman treft in totaal vijf keer doel. Een record. Maar gaat dit de boeken in? Nederland kwalificeert zich ongeslagen voor het EK. Maar mogen we wel blij zijn? Van een echte feeststemming is geen sprake meer. Iedereen weet dat dit bomincident gevolgen gaat krijgen. Dat deze knal nog flink zal nadreunen. Diep in de nacht komen we thuis na een rustige busreis. “Nou dat was een bijzonder avondje, hè jongen?”, zegt mijn vader.”Bedankt pap, we zullen dit niet gauw vergeten..!”

Lees ook deel twee en drie: “Nou heb ik voor heel Nederland alles vergald” en “Van Oranjekaters naar Oranjekoorts

 

 

 

 

Both comments and pings are currently closed.

Comments are closed.

Powered by WordPress