Jesaia (Sjaak) Swart (1938)

Jesaia (Sjaak) Swart (3 juli 1938) is en was Ajax, Ajax en Ajax. Sjaak was een belangrijke schakel in het gouden Ajax-elftal van begin jaren zeventig van de twintigste eeuw.

Er is maar een club dat vanaf het begin verbonden is aan deze aanvallende buitenspeler: Ajax. Al vanaf de jeugd speelde Sjaak in Amsterdam. Op 11 september 1950 werd de 12-jarige Swart, die al voetbalde bij de pupillen van Ajax, aangenomen als lid van Ajax. Geen enkele Ajacied speelde meer wedstrijden voor Ajax dan Sjaak Swart. Uiteindelijk zou hij komen tot maar liefst 603 wedstrijden waarin hij 228 maal de bal achter de lijn van het vijandelijke doel wist te deponeren. Swart won drie Europa Cups, één Intertoto Cup, acht Nederlandse kampioenschappen, vijf nationale bekers, één Europese Supercup en één Wereldbeker.

Hij was nog maar net achttien geworden toen Sjakie in de rust van een A1-duel op Voorland uit de kleedkamer werd geplukt om bij het eerste op de bank te gaan zitten. De eerste maal bij de selectie maakte Sjaak nog geen minuten maar het opvolgende duel wel degelijk: het debuut maakte hij tijdens het met 3-2 gewonnen bekerduel tegen Stormvogels op 16 september 1956. Omdat hij opgeroepen werd om in dienst te gaan moest het vervolg enige tijd worden uitgesteld.

Tijdens het debuutseizoen van Swart wist Ajax de allereerste editie van de Eredivisie te winnen. ‘Snelheidsduivel’ Swart kwam dat seizoen tot vijf competitiewedstrijden doordat hij maar eenmaal per week kun trainen. Het daaropvolgende seizoen maakte Swart zijn eerste doelpunt voor Ajax. In de competitiewedstrijd tegen NOAD op 6 oktober 1957 was Swart voor het eerst trefzeker. Ruim een maand later mocht Swart, net als Ajax, debuteren in het Europacupvoetbal. Swart maakte zijn debuut tijdens de uitwedstrijd en ook nog eens achter ‘het IJzeren Gordijn’ tegen het Oost-Duitse SC Wismut.

Ajax.nl schreef hier over: “Het is een hard gelag voor de Oost-Duitse voetbalspionnen die naar Düsseldorf waren afgereisd om Ajax te volgen in een oefenwedstrijd tegen Fortuna. De kampioen van Nederland had in het westen van West-Duitsland met 3-2 het onderspit gedolven en de conclusie van het rapport dat vervolgens in Karl Marx Stadt op de burelen van de sportleiders belandde, luidde: Sportclub Wismut zal van Ajax winnen. Maar zie, het scorebord met de eindstand in het Otto Grotewohl Stadion laat op woensdagmiddag 20 november 1957 aan duidelijkheid niets te wensen over: 1-3.”

Sjaak Swart, liefkozend Sjakie genoemd, groeide steeds meer uit tot de lieveling van het publiek. Dit vooral omdat de 175 centimeter grote aanvaller de kunst van het versnellen en passeren een beetje had afgekeken van balkunstenaars als Stanley Matthews en Garrincha, en daardoor een belangrijke pion werd van ‘het gouden Ajax-elftal’. Na zijn debuut in 1956 wist Swart ongeveer anderhalf jaar opvallend genoeg geen doelpunt te maken in een thuiswedstrijd van Ajax; hij scoorde alleen in uitwedstrijden. Op 1 januari 1959 brak hij met die traditie door in de bekerwedstrijd tegen JOS te scoren. In het doelpuntenfestijn tegen FC Volendam (9-0) maakte Swart het 100e doelpunt van Ajax in het seizoen 1959/60.

Toch mag niet onvermeld blijven dat ‘mister Ajax’ bijna had gekozen voor de aartsvijand; Feyenoord. Men dacht dat Swart toch nooit zou vertrekken. Sjakie hoorde namelijk bij het meubilair van de club, die tekende toch wel bij. Maar in 1960 boden De Rotterdammers hem 250.000 gulden. De gewiekste Swart wist zich er later uit te praten door te stellen dat zijn geflirt alleen was om een beter contract af te dwingen… Een andere hilariteit op 7 december, 1966. Ajax-Liverpool. Een typische mistwedstrijd. Het staat 3-0, de scheids blaast op de fluit en Sjaak Swart verdwijnt in de catacomben. Het was echter nog geen tijd. Swart sprint snel weer naar het veld, maakt een indrukwekkende solo en levert de assist voor een goal, aldus de bescheiden Swart zelf. (Zie beelden hieronder)

Sjaak Swart kwam naast het clubvoetbal tot 31 interlands waarin hij tien maal het net liet bollen. Het zou echter niet leiden tot een prijs, laat staan een eindtoernooi. Sjaak debuteerde op 26 juni 1960 tijdens de wedstrijd tegen Mexico. Hij mocht meteen beginnen in de basis en werd na 56 minuten gewisseld. De wedstrijd ging uiteindelijk wel jammerlijk verloren met 3-1. In zijn derde wedstrijd scoorde Swart zijn eerste interlanddoelpunt. Hij scoorde de 0-1 tegen Suriname, de wedstrijd werd uiteindelijk met 3-4 gewonnen. Zijn laatste interland was in 1972 nadat hij bijna 4 jaar niet in actie was gekomen voor het Nederlands elftal. Nederland won die wedstrijd met 1-2 van Tsjecho-Slowakije.

Swart die al die jaren een sigarenwinkel had in de Pontanusstraat numero 54 te Amsterdam, bleef Ajax zijn hele voetballeven trouw. Zijn bijnaam is dan ook niet voor niets ‘Mister Ajax’ geworden en daar is hij met recht trots op. Sjaak Swart werd ook bondsridder van de KNVB, geridderd door koningin Beatrix en ereburger van Amsterdam staat ook nog eens achter zijn naam. Hij speelt nog geregeld in het gelegenheidsteam van oud-profs Lucky Ajax en andere gelegenheidsteams met oud-internationals en laat zich (als voetbalanalist) nog vaak horen/ gaan in de media als het zijn cluppie, Ajax, betreft..

(Foto: ANP – Cor Mulder)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.