Pablo Aimar (1979)

Pablo César Aimar Giordano (3 november 1979) was een creatieve spelmaker met een heerlijke steekpass. De Argentijn speelde jarenlang in Spanje, waar hij voor Valencia en Real Zaragoza uitkwam. In eigen land verdedigde Aimar de kleuren van River Plate en in Portugal zette hij jarenlang de lijnen uit bij Benfica. Interlands speelde hij ook: 52 in totaal.

Aimar begon met voetballen op zesjarige leeftijd bij het plaatselijke Estudiantes Río Cuarto.  Al snel werd de kleine middenvelder gevolgd door diverse professionele clubs en uiteindelijk was het River Plate die hem overnam in 1993. Voor de Argentijnse topclub was het overnemen van Aimar overigens geen abc’tje. Pablo’s vader vond zijn zoon eigenlijk te jong om al van club te veranderen en blokkeerde in eerste instantie de overgang. Nadat manager Daniel Passarella vader Aimar persoonlijk had opgezocht, was hij overtuigd en vertrok Aimar naar River Plate. Na drie jaren in de jeugdopleiding maakte Aimar op zeventienjarige leeftijd zijn debuut voor de club, op 11 augustus 1996 tegen Club Atlético Colón. Op zijn eerste treffer moest de begenadigde spelmaker nog wel eventjes wachten, want die viel pas zo’n anderhalf jaar later: op 20 februari 1998 tegen Rosario Central.

In de vijf seizoenen dat de middenvelder voor de club speelde, pakte hij evenveel titels en maakte hij zijn debuut voor de nationale ploeg van Argentinië. Een bijzonder talentvolle groep Argentijnse voetballers klopte eind jaren ‘ 90 overigens op de deur bij de Zuid-Amerikanen, die in 1997 jeugdwereldkampioen werden. Samen met onder meer Juan Román Riquelme, Javier Saviola en Esteban Cambiasso was Aimar een van de sterren. Door het gracieuze spel van Aimar bij River Plate en de nationale ploeg van Argentinië was het een kwestie van tijd voordat een Europese topclub hem ging binnen hengelen en in januari 2001 was het zover: het Spaanse Valencia betaalde 21 miljoen euro voor de diensten van Aimar.

In de Sinaasappelstad kende Aimar enkele mooie jaren. De miljoenen euro’s die de club overmaakte om de spelmaker in het Mestalla te laten spelen waren goed besteed, want onder leiding van trainer Héctor Cúper werd in 2001 de finale van de Champions League gehaald. Pas na penalty’s werd het duel, gefloten door scheidsrechter Dick Jol, verloren van Bayern München. Na de verloren finale verliet Cúper de club en tekende hij een contract bij Internazionale. Als vervanger werd de relatief onbekende Rafael Benítez voor de selectie gezet en het bleek een gouden greep te zijn van het bestuur. Met twee titels (2002 en 2004), een UEFA Cup (2004) en een Europese Supercup (2004) was het tijdperk-Benitez uiterst succesvol.

De zeldzame creativiteit van Aimar maakte hem geliefd bij vele voetbalvolgers. Ook Diego Maradona en Lionel Messi hebben hun bewondering voor Aimar meerdere keren uitgesproken. Messi noemt Aimar zelfs ‘één van de spelers die het meeste invloed hebben gehad op hem’. Toch was het niet alleen hosanna in de loopbaan van Aimar. De frêle voetballer had namelijk één groot probleem: zijn fragiele lichaam. In zijn periode bij Valencia speelde hem dit al meerdere malen parten. De eerder genoemde successen vierde Aimar voor een groot gedeelte langs de zijlijn en ook in de jaren na zijn Valencia-periode kenmerkten blessureleed Aimar.

In de zomer van 2006 vertrok de Argentijns international bij Valencia. Real Zaragoza nam de inmiddels 26-jarige speler over en betaalde voor hem elf miljoen euro. In Zaragoza was met Aimar, de broertjes Diego en Gabriel Milito en Roberto Ayala een kleine Argentijnse enclave neergedaald en de spelers brachten de club naar een fraaie zesde plaats in de Primera Division. Overigens speelde de Argentijnse spelmaker Andrés D’Alessandro dat seizoen ook in stadion La Romareda. Het bleek een eenmalig succes te zijn, het fraaie jaar van Zaragoza. Het jaar erop was dramatisch, want door mismanagement kwam de Noord-Spaanse club in de financiële problemen en degradeerde men naar het tweede Spaanse niveau. Aimar degradeerde niet mee; hij vertrok voor ruim zeven miljoen euro naar Benfica.

In Lissabon kende Aimar nog enkele prachtige seizoenen. Aimar werd de rol van trequartista toebedeeld en met ploeg- en landgenoot Saviola vormde hij een uitstekend duo. “Nog nooit had ik eerder met een speler samengespeeld die zo goed wist wat ik deed en waar ik heen zou gaan”, onderstreepte Saviola de klik met Aimar. De Zuid-Amerikaanse aanval van Benfica werd gecomplementeerd met toptalent Ángel Di María als linksbuiten en de Paraguayaanse sluipschutter Óscar Cardozo in de spits. Zijn jaren in Portugal leverden één landstitel en vier Portugese bekers op; de finale van de Europa League werd in 2012 verloren (in de Amsterdam Arena) van Chelsea met 2-1. Aimar bleef dat duel negentig minuten op de bank, Ola John viel ruim twintig minuten voor tijd in. Björn Kuipers was overigens de scheidsrechter in dat duel.

In de zomer van 2013 vertrok Aimar na vijf seizoenen bij Benfica. Hij ging afbouwen bij het Maleisische Johor Darul Ta’zim. In Azië tekende hij een contract voor twee seizoenen, maar door blessureleed werden de hoge verwachtingen nooit ingelost. In april 2014 ontbond de club het contract van Aimar, die in totaal acht wedstrijden speelde voor JDT. In januari 2015 pikte oude liefde River Plate hem op, maar ook dat werd geen succesverhaal. In de zomer van 2015 besloot Pablo Aimar daarom zijn schoenen aan de wilgen te hangen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *