Peter Hendrik (Peet) Petersen (1941 – 1980)

Gepubliceerd door Stoin(poest) op

Peter Hendrik (Peet) Petersen (18 maart 1941 – 27 december 1980) was naast gymnastiekonderwijzer linksbuiten voor Ajax, NAC, De Volewijckers en Oranje. Door een vreselijke ziekte mocht hij slechts 39 jaren leven.

Op 18 maart 1941 zag Petersen het levenslicht in Amsterdam. Hij doorliep de volledige Ajax-jeugd, van F-pupil tot A-junior. Al vroeg werd in ‘het Amsterdamse’ de vergelijking gemaakt met de beste voetballer die Nederland in de jaren vijftig en zestig had: linksbuiten Coen Moulijn van Feyenoord. Toch is het pas op 17 augustus 1960 als Peet zijn debuut mag maken in het eerste elftal van Ajax. Dat gebeurde in de met 8-2 gewonnen bekerwedstrijd tegen Zeist. De wedstrijd erop werd hij weer opgesteld, nu tegen het grote Barcelona. Petersen speelde “vurig en onvervaard” volgens De Volkskrant. Hiertoe zeker een mooie bijdrage leverend aan het nipte maar knappe 3-4 verlies. In 1961 zou Petersen de eerste keer een knieblessure op lopen, waardoor lopen juist moeilijk ging. Dit gebeurde door een ongelukkige botsing met de man met de mooie voetbalnaam: Frits Soetekouw, van De Volewijckers. Petersen moest worden geopereerd en stond zes weken buitenspel.

In de jaren 1962 en 1963 presteerde Petersen echter zo goed, dat hij zelfs een van ’s Nederlands beste voetballers ooit, Feyenoorder Coen Moulijn, een aantal malen uit de basis van het Nederlands elftal hield. Petersen zou uiteindelijk viermaal uitkomen voor Oranje. Daarin scoorde hij één keer. Maar dat was dan meteen ook wel weer een heel belangrijke. Het was DE goal waardoor Nederland in 1963 regerend wereldkampioen Brazilië met 1-0 versloeg. Brazilië kwam als grootmacht ‘lelijk op de koffie’ tegen ons kikkerlandje. Zie hieronder ook de beelden van die wedstrijd.

Verder speelde zeker ook mee dat er bonje was tussen de toen geldende huidige garde van Feyenoorders en Ajacieden. Peet spinde hierbij voetbalgaren want de zaak werd op scherp gezet. Aan de ene kant spelers als de Feyenoorders Eddy Pieters Graafland (ex-Ajax), Cor Veldhoen, Hans Kraay, Reinier ‘Beertje’ Kreijermaat, Rinus Bennaars en Coen Moulijn vormen een apart gezelschap die niets moesten hebben van de Ajax-kliek met Bennie Muller, Sjaak Swart, Co Prins en Henk Groot. De zeven Feyenoorder bedankten uiteindelijk voor de oranje-eer en dat bood de kans voor Petersen om interlandminuten te maken. Na zijn mooiste voetbaldag, die tegen de verslagen ‘Goddelijke Kanaries’, komt Petersen daarom nog twee keer uit voor Oranje. Tegen België werd het 1-1, de daaropvolgende nederlaag (2-1) tegen Luxemburg doet voor hem de Oranje-poort op slot; hij zou niet meer worden opgeroepen.

Petersen was een flegmatieke linksbuiten, eentje van het grillige soort. Technisch vaardig, fragiel en wisselvallig. Maar als hij het op zijn heupen had, was hij niet te stoppen. Mede door zijn wisselvalligheid bleef de linker aanvaller jojoën tussen het tweede, de bank en de basis. De nieuw aangestelde Ajax-coach Rinus Michels was een minder groot fan van Petersen dan zijn voorganger en liet de bijna gedegradeerde (!) Amsterdammers in het seizoen 1964-1965 overschakelen van het ‘stopperspilsysteem’ naar 4-2-4, waardoor linksbinnen Piet Keizer linksbuiten werd. Dit kostte Petersen z’n basisplaats.

Vijf seizoen zou Petersen uiteindelijk te bewonderen zijn bij Ajax. 9 wedstrijden in het eerste seizoen, vervolgens 11, 21, 22 en 25 wedstrijden in de seizoenen er op. In totaal kwam Petersen tot zeventien goals in Amsterdam. Naast het feit dat Peet nooit lang op een basisplek kon rekenen, speelde ook mee dat hij zwakke knieën had. Of misschien beter te constateren is dat dit de reden van het weinig spelen was. Petersen werd meerdere malen aan zijn kniegewricht geopereerd maar echt helpen deed het niet. In 1965 was het Ajax-boek uit voor de flegmatieke Amsterdammer en hij vertrok in de zomer dan ook naar Breda om te gaan spelen voor NAC.

Op 01-07-1965 stond het schitterend verwoord in dagblad ‘Het vrije volk’: “Woensdagmiddag is Peet Petersen van Ajax voor een niet zo hoog bedrag gecontracteerd door NAC”. Hier ging Petersen wonen in een hotel, wat hem uiteindelijk op zou breken. Na een seizoen hield Peet het al weer voor gezien en ging naar De Volewijckers omdat hij wilde trouwen en gaan wonen in Amsterdam, zijn geboortestad. Hier ging hij ook werken als bedrijfsleider in de schoenenhandel ‘Leloux’ dat van zijn schoonvader was en zat in, toen ook al, een van de duurste winkelstraten van Amsterdam: de Kalverstraat.

Het seizoen begon voor Petersen door zijn meniscusblessure bij De Volewijckers veel later dan gehoopt. Op 12 november 1967 maakte hij, zeker niet onverdienstelijk, eindelijk zijn debuut in de jammerlijk verloren wedstrijd tegen Vitesse. Echter korte tijd hierna speelde hij zelf niet maar zijn blessuregevoeligheid wel weer parten en ook uitkomen voor NAC was verleden tijd. Later ging hij nog op lager niveau voor amateurclub AFC spelen en weer later ging hij als jeugdtrainer terug naar de club waar het allemaal begon: Ajax. De actieve voetballoopbaan was over en uit en de conclusie mocht zijn dat Peet Petersen zijn talent, mede door zijn zwakke knieën, zich nooit helemaal heeft uitbetaald.

In het dagelijks leven was Petersen docent lichamelijke oefening (gymleraar). Hij deed in 1963 daarnaast ook mee aan de film ‘Mensen van Morgen’, van Kees Brusse, waarin jonge mensen vertellen over hun leven en hun verwachtingen. Peet Petersen overleed uiteindelijk veel, nee heel veel te vroeg op 39-jarige leeftijd aan kanker op 27 december 1980. Hij was op dat moment inmiddels getrouwd met Leni Petersen, de dochter van een schoenenhandelaar en had een dochter.

(Foto: ANP – Foundation)

Categorieën: voetballer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.