WK Memoires: De hilarische blunder van Lau van Ravens

Door Ruud Doevendans

Op het WK 1970 doet Nederland niet mee. Toch is Nederland vertegenwoordigd, en wel door scheidsrechter Lau van Ravens. De Schiedammer heeft internationaal een grote reputatie en dicht zichzelf dan ook een topwedstrijd toe. Groot is zijn teleurstelling als blijkt dat hem ‘slechts’ West-Duitsland-Marokko wordt toevertrouwd. Van Ravens, op de foto links naast zijn grensrechters, maakt er desondanks een gedenkwaardige WK-wedstrijd van.

Je kon als arbiter nog eens een foutje maken, op de grens van de jaren zestig en zeventig. Het acceptatievermogen was relatief groot. Spelers wilden wel eens protesteren, maar dat sloeg niet door in al te agressief gedrag. Supporters konden wel eens een spreekkoor aanheffen, maar als de scheidsrechter – met dank aan Feyenoord-back Piet Romeijn, die de uitdrukking de wereld in slingerde – uitgemaakt werd voor ‘hondenlul’ dan had hij het al heel bont gemaakt.

Lau van Ravens was geen scheidsrechter met wie je een loopje nam. Hij was kordaat, zelfingenomen – “Jazeker, ik was ijdel, dat mag je rustig zeggen.” – en hij stuurde een wedstrijd in een richting die hij wenste. Niet als het ging om het resultaat, wel als het ging om het gedrag van spelers en officials. Een verzorger in het veld zonder dat Van Ravens een teken had gegeven dat het mocht? Hij droeg de tas van de verzorger persoonlijk buiten de lijnen, zodat de man niets meer kon uitrichten. Een speler die zich opruiend gedroeg jegens een andere speler kon een flinke duw verwachten, werd even op zijn plaats gezet. Zelf keek hij er wel eens met enige gêne op terug: “Dat kon natuurlijk helemaal niet.” Maar Van Ravens deed het en van hem werd het geaccepteerd. Hij had gezag.

Dat gezag had hij niet in Marokko. Toen het Noord-Afrikaanse land vernam dat het in zijn eerste wedstrijd op het WK1970 inMexico, waarin het tegen West-Duitsland zou moeten aantreden, met de Nederlandse arbiter geconfronteerd zou worden, protesteerde het ogenblikkelijk. De Nederlandse regering had regelmatig blijk gegeven van een pro-Israëlische opstelling en heette dus anti-Arabisch te zijn. Marokko ging ervan uit dat de Nederlandse arbiter de wedstrijd tegen West-Duitsland dus ook wel partijdig zou fluiten en verzocht om een andere scheidsrechter. De FIFA nam het verzoek voor kennisgeving aan en wees het luchtigjes van de hand. Van Ravens bleef de aangewezene voor West-Duitsland-Marokko.

En dat was voor de energieke arbiter, geboren in Schiedam, niets minder dan een teleurstelling. Hij was FIFA-scheidsrechter geworden in 1963 en had aan een goede reputatie gebouwd. Als zijn hoogtepunt beschouwde hij het leiden van Schotland-Engeland, in 1968 op een met 134.000 toeschouwers volgepakt Hampden Park. Zó’n mensenmassa, zó’n geweldige beleving en atmosfeer had de 47-jarige manager in de drankindustrie nog nooit meegemaakt. Zelfs niet toen hij een jaar later de eindstrijd van de Europa Cup II in Bern tussen Slovan Bratislava en Barcelona mocht leiden. De benoeming voor die finale was voor Van Ravens de bevestiging geweest van zijn vakmanschap. Hij twijfelde er geen moment aan dat hij naar Mexico zou gaan.

Zijn beoordelingen waren immer uitstekend geweest. En zoals vrijwel iedere scheidsrechter leefde Van Ravens voor zijn beoordelingen. Hij was een scheidsrechter die opviel door zijn geweldige lichamelijke conditie. Tijdens de fysieke testen zou hij in Mexico al zijn collega’s steeds ruimschoots de baas zijn. Spelers zeiden: “Je kunt nooit eens wat flikken, want hij staat altijd pal achter je en ziet alles.” Toch speelden ze graag onder zijn leiding. Toen in 1971 de bekerfinale tussen Ajax en Sparta  (2-2) herhaald moest worden, dienden de ploegen een gezamenlijk verzoek in bij de KNVB of Van Ravens ook de replay mocht fluiten. De wens werd ingewilligd.

De Duitse waarnemer tijdens Schotland-Engeland had hem in 1968 ook fantastisch gevonden: ‘Eine beeindrückende Leistung’ schreef hij op het formulier dat naar de FIFA ging. Van Ravens had alle reden om te verwachten dat hij op een grote wedstrijd gezet zou worden, een topper zoals Brazilië-Engeland. Maar in plaats daarvan moest hij het doen met West-Duitsland en Marokko: “Het is natuurlijk een slechte wedstrijd die ik heb getroffen. Op het moment dat ik hoorde dat ik, in tegenstelling tot de eerste berichten, niet in de groep van Engeland en Brazilië zat, ging ik door de grond. Ik zal hier teleurgesteld vandaan vertrekken als er geen echte knallers meer bijkomen.”

Saillant was dat Van Ravens, nog onwetend dat hij tien dagen later West-Duitsland-Marokko zou fluiten, met de Duitse ploeg samen naar Mexico was gereisd. Vele uren had hij aan boord van het KLM-toestel zitten praten met Uwe Seeler, Gerd Müller en Sepp Maier. Achteraf gezien voelde Van Ravens zich er niet gelukkig mee. Het ergste immers dat hem kon overkomen was dat men hem mogelijk van partijdigheid zou betichten. Eenmaal in Mexico werden de scheidsrechters in kamertjes van zes vierkante meter gedrukt en lag er een intensief trainings- en instructieprogramma te wachten. Van Ravens, voorheen uitgebreid medisch onderzocht en voorbereid door de KNVB, nam even de tijd om te acclimatiseren op de grote hoogte van Mexico-City en ging er toen vol tegenaan. In León was de behuizing zo mogelijk nog beroerder: de scheidsrechters accepteerden het hotel niet waarna het hele gezelschap verkaste naar het laatste hotel dat nog ruimte over had. Alle andere accommodaties waren door Duitse supporters gehuurd. Over de magere dagvergoeding van 25 dollar per persoon durfde niemand te klagen. Men deed het er mee. Er moesten immers nog wedstrijden verdeeld worden, en met kritiek bewees je jezelf meestal geen goede dienst.

Van Ravens was de Theo Koomen onder de scheidsrechters: van een wedstrijd die weinig voorstelde, wist hij vaak nog iets te maken. Was het niet door driftig gesticulerend met spelers in discussie te zijn, dan wel door opvallende fratsen of een geheel eigen interpretatie van de spelregels. Maar aan het begin van de tweede helft van West-Duitsland-Marokko beging de scheidsrechter een blunder, zoals hem nog nooit was overkomen; hilarisch en onbegrijpelijk.

Terwijl de Duitsers al trappelend van ongeduld stonden te wachten om de wedstrijd opnieuw op gang te brengen – ze moesten een verrassende 0-1 achterstand ongedaan maken – lieten de Marokkanen op zich wachten. Dat duurde lang, zij hadden duidelijk minder haast dan hun tegenstanders. Speler voor speler druppelden zij, veel te laat, het veld op totdat het voor Van Ravens genoeg was. Terwijl twee spelers nog drentelend aan de zijlijn stonden, floot de scheidsrechter voor het begin en togen de Duitsers meteen ten aanval. Tot zover was er nog niet veel aan de hand. Die spelers renden het veld op en Marokko had tien veldspelers. Maar er was nog iets. Het was Van Ravens, en met hem zijn grensrechters Ortiz de Mendibil en Velasquez, ontgaan dat de Marokkaanse keeper Kassou, uitblinker in de eerste helft, ontbrak. Deze was nog onderweg vanuit de kleedkamer. Toen Van Ravens de tweede helft op gang floot, stond er geen keeper in het Marokkaanse doel!

Het tafereel duurde 25 seconden. Toen was de eerste Duitse aanval onderbroken door een overtreding, kort voor het zestienmetergebied. Kassou stormde toen vanuit de spelerstunnel het veld op en nam zijn plaats in. Van Ravens hoorde het pas na afloop, in zijn hotel en heeft het op het veld nooit in de gaten gehad: “Als de Duitsers in die periode hadden gescoord dan had ik het doelpunt af moeten keuren. De regels schrijven nu eenmaal voor dat er een doelverdediger in het veld moet staan”, zo wist Van Ravens achteraf. Het blijft een raadsel waarom geen Duitser de bal simpel in het lege doel lepelde. Het had Van Ravens voor een schier onoplosbaar probleem gesteld. Het meest opzienbarende: geen mens, Marokkaan noch Duitser noch het arbitrale trio, die zich er ook maar enigszins druk over maakte. De vrije trap werd genomen, gemist en alles ging door alsof er niets vreemds had plaatsgevonden.

West-Duitsland draaide de wedstrijd, diep in de tweede helft, op z’n Duits, alsnog om en won door goals van Seeler en Müller. Van Ravens werd na het duel op zijn fout gewezen en maakte zich grote zorgen over zijn beoordeling, maar de FIFA-waarnemer had eveneens niets vreemds gezien. Het optreden van de Nederlandse scheidsrechter werd als prima omschreven. Tijdens het WK 1970 nam men het zo nauw niet met een vergissinkje.

De gewenste topwedstrijd zou er voor Van Ravens later in het toernooi nog wel degelijk komen. Van Ravens kreeg de mooie kwartfinale tussen Uruguay en de Sovjetunie en zou ook daar geschiedenis schrijven. Het was een spraakmakende wedstrijd. Kort voor het einde van de verlenging viel de beslissing: 1-0 voor Uruguay! Daar ging een inschatting van Van Ravens aan vooraf die discutabel was. Een hoge voorzet van de Uruguayaanse back Ubinas was doorgekopt richting de achterlijn, waar Afonin dacht de bal achter te kunnen laten lopen. De snelle rechtsbuiten Cubilla ontfutselde hem echter de bal en zette voor. Esparrago kopte binnen: 1-0. Was die bal nu over de achterlijn geweest of niet? Van Ravens kon zich alleen verlaten op zijn grensrechter Davidson, die met de vlag naar het midden wees: niet achter dus, en derhalve een geldig doelpunt. En daar conformeerde Van Ravens, ondanks hartstochtelijke protesten van de Russen, zich natuurlijk aan. Hij kon niet anders.

Nog jarenlang zou Van Ravens aangesproken worden op het toekennen van dit doelpunt. Nooit hoorde hij meer iets over zijn ongelooflijke misser tijdens West-Duitsland-Marokko.

Ruud Doevendans is uitgever en hoofdredacteur van Half 3, het enige voetbalhistorische magazine van Nederland. Hij schreef ook ‘1970 – Het jaar waarin Nederland wereldkampioen werd’.

Eén gedachte over “WK Memoires: De hilarische blunder van Lau van Ravens

  1. Wat dacht je van Glasgow Rangers Sporting Lissabon thuis en uit 3-2 in verlenging 1-1 let ie penalty’s nemen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *