RENSENBRINK… TEGEN DE PAAL!

Gepubliceerd door Stoin(poest) op

Bijdrage van: Gerard Tuk

Wie op internet zoekt naar die beroemde bal tegen de paal van Rob Rensenbrink, in de finale van het WK 1978, komt regelmatig een foto tegen van een andere kans – in feite een veel grotere – van dezelfde speler in diezelfde wedstrijd.

Rensenbrink tegendepaal

Rob Rensenbrink

Op de paal
Na 44 minuten en 24 seconden, op slag van rust, kopt Johan Neeskens een voorzet van Willy van de Kerkhof terug op de linksbuiten van Oranje. Niet gehinderd door welke verdediger dan ook schiet Robbie met links op doel. Hij bevindt zich op iets meer dan vijf meter van de doellijn, tegenover de linkerhoek. Rob raakt de bal goed, maar de uitstekend keepende Ubaldo Fillol weet het schot in een reflex te keren. Terwijl de Hollandse aanvaller met de benen vooruit valt, passeert de terugkaatsende bal rakelings zijn schoen. In een paar seconden is het twee keer net mis.

Je hoort veertig jaar later maar weinig over deze grote kans die geen goal wilde worden. Zoals je ook relatief weinig hoort over die nóg grotere, van een andere aanvaller. Al na vijf minuten spelen krijgt Arie Haan wel erg makkelijk een vrije trap voor een lichte overtreding van rechtsachter Jorge Olguín. De haast perfecte voorzet belandt op het hoofd van Johnny Rep, die boven twee Argentijnen uitkomt en keihard inkopt. Fillol staat finaal op het verkeerde been. Het gapende gat naast hem is groot. Rep kopt hard, maar wel naast. Dit had alleen maar een metertje meer naar rechts gemoeten. De keeper was volledig kansloos geweest.

Boek
In zijn boek Wegen Na Rome besteedt Gerard Tuk het hele eerste hoofdstuk aan die ene knal, vijftien seconden in blessuretijd. Er is veel over gezegd en geschreven wat niet klopt. Dat twee grotere kansen in diezelfde wedstrijd vergeten zijn, is op zich niet onlogisch. Maar van die derde zijn de herinneringen nogal eens vervormd.

‘Het moment uit mijn leven’, zegt de schutter bij het verschijnen van zijn biografie in september 2017. Toch relativeert hij nogal. ‘Ik blijf erbij, het was geen echte kans. Ik kreeg mijn voet nog tegen de bal en raakte de paal. Meer kon ik niet doen. Ik had me voor mijn kop geslagen als ik een strafschop had gemist. Of neem Arjen Robben – van wie ik geniet hoor – bij die kans tegen Casillas in de finale van 2010. Hij had de keeper moeten uitspelen. Maar ja, het hoort erbij. Was die bal erin gegaan, dan waren we wereldkampioen geweest. Nu lijkt het erop dat Oranje het nooit meer wordt.’

In april 2016 drukte Rensenbrink het nog wat krasser uit. ‘Toen ik die bal schoot had ik gelijk al het gevoel dat hij er niet in zou gaan. In die zin was het ook geen teleurstelling dat het geen goal werd.’ Vijf maanden eerder had hij ook al zoiets gezegd. ‘Die bal kon er niet in. Ik was uitgeweken naar de zijkant. Kon ’m nog net onder de doelman door tikken. Ik had mezelf iets kunnen verwijten als het een open kans was geweest. Was het niet, maar hij stuiterde wel vol terug. Als er nou iemand meegelopen was…’

Dat Rob was uitgeweken naar de zijkant, is een wat vreemde beschrijving van de situatie. Hij zette met zijn rechtervoet af op de punt van het doelgebied. ‘Kon ’m nog net onder de doelman door tikken’ is gewoon niet waar. Nou ja, het is wel waar dat het gekund had, maar hij deed het niet. Een foto van achter het doel laat overduidelijk zien dat hij niet onder de keeper door schoot. ‘Het was al ongelooflijk dat ik die bal gehaald heb bij de achterlijn’, zei Rensenbrink in juli 2014. Maar het was niet bij de achterlijn. Daar was nog bijna vier meter voor, getuige die afzet met de rechtervoet op de rand van het doelgebied, dat vijfenhalve diep meter is.

‘Als er nou iemand meegelopen was’ is de meest terechte opmerking die de hoofdrolspeler maakte. Wie de beelden terugziet, kan vaststellen dat Neeskens z’n best doet. Die heeft alleen de pech dat hij voor de verkeerde kant kiest. Ter hoogte van die andere paal draaft Américo Gallego; hij is het die het loodrecht het veld in stuiterende gevaar wegrost. Die Argentijnse centrale middenvelder stond een paar tellen daarvoor nog pal naast Nanninga. Dick, de maker van dat ene doelpunt: als die nou eens niet was blijven staan maar – zoals het spitsen betaamt – meegelopen was. Dan had hij inderdaad het terugkomende leer in een leeg doel kunnen rammen. Zijn tweede en beslissende doelpunt in een WK-finale: Dick liep het mis, door niet te lopen.

52 seconden
Wie de kranten napluist, komt van alles tegen. Soms wordt Tarantini genoemd als de verdediger die net te laat kwam, soms zelfs Daniel Bertoni – de aanvaller, die zich ter hoogte van de middenlijn bevond op dat moment. Het gebeurde allemaal vijftien seconden in de blessuretijd, die in totaal zevenenzestig tellen zou duren. En opmerkelijk genoeg wordt alleen al dat simpele, objectief vast te stellen feit niet altijd correct weergegeven. De Volkskrant had het een dag na de finale over 22 seconden. Arie Haan plaatst in zijn biografie dat ene moment ‘luttele minuten voor het einde van de reguliere speeltijd’. Het Parool heeft het in 1990 over ‘twee minuten voor het eindsignaal’. Het waren 52 seconden. Jeroen Siebelink vertelt in zijn biografie van Dick Nanninga doodleuk dat de scheidsrechter direct na dit moment affloot. En dat de stadionklok toen op 45:15 stond.

Pythagoras
In april 1988 geeft Herman Kuiphof in NRC Handelsblad ook geen zuivere weergave van de situatie. ‘Twee minuten voor het einde van de normale speeltijd bij een 1–1 stand kwam Rensenbrink alleen voor de Argentijnse keeper te staan, de bal aan de schietgrage linkervoet. In plaats van te scoren, trof hij van slechts enkele meters afstand de paal.’ Alleen voor de keeper te staan? De bal aan de voet? Hij is niet alleen, hij staat niet, hij raakt één keer. Mis. Trouwens, die ‘enkele meters’: dat waren er bijna zeven hoor. Dankzij Pythagoras en de tv-beelden kom je op 6 meter 80.

Zwei oder drei Zentimeter
Die Welt besteedde op 9 juli 2014 ook aandacht aan dit onderwerp, met als kop: ‘Waren es zwei oder drei Zentimeter?’ ‘Laatste aanval. Ruud Krol nam een vrije trap, de bal viel Rob Rensenbrink voor de voet, die schoot uit een scherpe hoek – en Holland was wereldkampioen. Nee, toch niet helemaal. De bal landde binnenkant paal, rolde over de lijn, kon niet beslissen, maar wou er op de een of andere manier gewoon niet helemaal in.’ De bal viel niet voor de voet van Rob en hij schoot zeker niet tegen de binnenkant van de paal. Een bal die over de lijn rolde of op twee gedachten hinkte… zo ging het niet, als je de beelden mag geloven.

In World Cup Argentina beweert Colin Malam dat Rensenbrink de bal met de buitenkant van zijn voet inschoot. Als dat waar is, is het wel erg knap dat hij die bal nog met zijn linkerbeen rechts van hem op de paal kreeg…

Neeskens
Johan Neeskens was wel meegelopen, maar had de pech dat die bal anders terugkaatste dan hem van pas kwam. Hij was er héél dichtbij, maar zit er in zijn (eerste) biografie wel erg ver naast. ‘Rob Rensenbrink kwam door de verdediging en schoot net tegen de paal; we waren op dat moment slechts een centimeter van de wereldtitel verwijderd. Fillol was al verslagen; die wist zelfs niet goed waar de bal was. Hij draaide zich om en volkomen toevallig kwam de bal vanaf de paal precies in zijn handen terecht.’ Zo verwoordt Johan het, letterlijk! Recht in de handen van de doelman… Terwijl die toch echt op z’n buik op de grond lag. Neeskens is dat kennelijk ontgaan. Misschien heeft hij de beelden nooit gezien. ‘Weg wereldkampioenschap. Het is zelfs zo dat, als Fillol die bal niet toevallig in zijn handen had gekregen, ik de bal er zo in had kunnen lopen, maar helaas lagen de feiten anders.’

Rensenbrink zelf
Ach, eigenlijk is er maar één die recht van spreken heeft. Rob Rensenbrink zelf. Zijn standpunt dat het eigenlijk geen echte kans was, verdient respect. ‘Toen ik die bal schoot had ik gelijk al het gevoel dat hij er niet in zou gaan’, klonk het in 2016. Maar wie het Leidsch Dagblad van de dag na de finale openslaat, krijgt de indruk dat hij het bijna veertig jaar eerder nogal anders zag. ‘Normaal gesproken is dat een doelpunt’, zei de linksbuiten op de dag zelf. ‘Ik wilde ook al gaan juichen. Het volgende moment kon ik wel door de grond zakken. We waren er zo dichtbij en nu, nu hebben we niets.’

(Foto’s: Nationaal Archief en ANP – Archief)

http://www.wegennarome.nl/tegendepaal.html
ISBN 978-90-823962-1-8


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.