Onvergetelijke Teams: Ajax 1994/95

Het is tegenwoordig haast niet meer voor te stellen dat Ajax in de jaren ’90 Europa domineerde en clubs als Bayern München, AC Milan en Real Madrid van de mat speelde. Met dominant en fris voetbal was de ploeg van Louis van Gaal nagenoeg onverslaanbaar en mocht het zich eind van 1995 zelfs laten kronen als wereldkampioen. In de rubriek ‘Onvergetelijke Teams’ blikken we terug op het seizoen 1994/95.

Ajax begon het seizoen voortvarend met een 3-0 overwinning tegen Feyenoord in de Super Cup. Ene Patrick Kluivert was in deze wedstrijd verantwoordelijk voor een goal en een assist. Eigenlijk had Ronaldo in de spits moeten staan, maar het was PSV dat het Braziliaanse talent voor de neus van de Amsterdammers wegkaapte bij het Braziliaanse Cruzeiro. Van Gaal sprak echter zijn vertrouwen uit in het grote talent Patrick Kluivert.

De eerste grote krachtmeting na deze Super Cup-wedstrijd volgde tegen AC Milan op 14 september 1994 in de eerste ronde van de Champions League. Het zou een heroïsche avond worden in een volgepakt en regenachtig Olympisch Stadion. Ajax was veel sterker dan de Rossoneri en won met 2-0 door goals van Ronald de Boer en Jari Litmanen. De Boer – normaliter spits – speelde rechtshalf en deed dat uitstekend. Ruud Gullit kon bij deze wedstrijd rekenen op een voortdurend fluitconcert. Hij werd door het Amsterdamse publiek getrakteerd op een hels fluitconcert omdat hij Oranje had verlaten in de aanloop naar het WK 1994. Ook hij kon geen vuist maken tijdens deze wedstrijd.

Twee weken later werd AEK Athene verslagen met 1-2, door goals van Kluivert en Litmanen en het geloof in een succes werd steeds groter. Casino Salzburg bleek echter een taaie opponent van Ajax in de volgende twee wedstrijden. Trainer Otto Baric liet zijn ploeg uitermate verdedigend spelen en het spel van Ajax werd prima ontregeld. In Salzburg bleef het 0-0 en de daaropvolgende thuiswedstrijd werd ternauwernood met 1-1 gelijkgespeeld. Nadat Kocijan de Oostenrijkers met een counterdoelpunt op 0-1 had gezet, wist Jari Litmanen enkele minuten voor tijd toch nog een gaatje te vinden in de Oostenrijkse verdediging.

Ondertussen presteerde Ajax in de competitie uitstekend. PSV werd in Eindhoven met 1-4 gemakkelijk verslagen, Heerenveen werd simpel met 5-1 opzij gezet en in Tilburg werd met 1-4 gewonnen van Willem II. In de Champions League werd AEK Athene thuis met 2-0 weggezet door twee goals van Tarik Oulida.

In november 1994, in het Italiaanse Triëst, kwam het geloof en besef dat dit Ajax weleens veel successen zou kunnen boeken. Met glans kwalificeerde de ploeg van Louis van Gaal zich voor de kwartfinale door AC Milan te verslaan. Ajax domineerde de gehele wedstrijd en won met 0-2 door een fraai doelpunt van Jari Litmanen en een eigen goal van Franco Baresi. Voor Frank Rijkaard was treffen een weerzien met zijn Italiaanse fans. Hij werd rondom de wedstrijd passend bedankt voor al zijn jaren bij AC Milan.

Naast het exceptionele talent van de ploeg, was veelzijdigheid dé kracht van dit elftal. De routine van spelers als Frank Rijkaard en Danny Blind en het druistige talent van spelers als Clarence Seedorf, Patrick Kluivert en Edgar Davids was uitermate goed in balans. Hoewel Litmanen, Rijkaard en de Boertjes dragende spelers waren in het elftal was er niet een echte vedette te noemen in het elftal. Altijd maakte iemand anders wel het verschil, ook de wisselspelers. Tarik Oulida, vaak invaller, besliste in zijn eentje de wedstrijd tegen AEK Athene en supersub Peter van Vossen excelleerde in de uitwedstrijd tegen PSV en scoorde een geweldige goal.

Ook waren de spelers inwisselbaar. Patrick Kluivert speelde net zo gemakkelijk op de plek van Litmanen, Overmars kon zowel als links- als rechtsbuiten acteren, Ronald de Boer kon als spits en rechtshalf spelen en ook Finidi George schoof gemakkelijk een plekje terug. Jonge gasten als Kanu en Seedorf accepteerden zonder morren dat ze een keer op de bank zaten en als linksback Frank de Boer een keer als centrumverdediger moest opereren, dan was Winston Bogarde een uitstekende vervanger.

Het succes van Ajax kwam niet geheel onverwacht. Met het inpassen van spelers als Edwin van der Sar, Jari Litmanen, Marc Overmars en Finidi George en natuurlijk al die aankomende talenten bouwde architect Louis van Gaal bouwde al enkele jaren met nauwe precisie aan zijn nieuwe elftal. Hij wist binnen enkele jaren zijn team te transformeren tot een swingende en geoliede machine van wereldniveau.

Niet PSV of Feyenoord, maar Roda JC was dat jaar dé concurrent van Ajax in de Eredivisie. De ploeg van Huub Stevens had een uitgebalanceerd elftal met spelers als Maurice Graef, Johan de Kock, Raymond Atteveld, Ruud Hesp en Tijjani Babangida.  Ajax kon de Limburgers maar moeilijk van zich afschudden. Zowel thuis als uit eindigde de onderlinge ontmoeting in 1-1.

In maart 1995 braken de maanden van de waarheid aan voor de Amsterdammers, nu de beslissingen gingen vallen in de competitie, beker en de Champions League. In de KNVB Beker ging het mis. Naar later zou blijken leed Ajax tegen Feyenoord haar enige verliesbeurt lijden. Op een natte woensdagavond in het Olympisch Stadion schakelde Feyenoord Ajax in de halve finale uit door een ‘golden goal’ in de verlenging. Mike Obiku scoorde op fraaie wijze de beslissende 1-2. Feyenoord zou later dat jaar ook de beker winnen. Een opvallende winst van Feyenoord, want Ajax won die jaren vaak met speels gemak van Feyenoord.

In de Champions League ging het wel goed. Hajduk Split werd na een 0-0 heenwedstrijd in een bomvol Olympisch Stadion verslagen met 3-0 door twee goals van Frank de Boer en eentje van Kanu. In de competitie werd ondertussen met 5-1 gewonnen van NEC, Sparta werd met maar liefst 8-0 in de pan gehakt en Willem II met 7-0. Daarna volgde misschien wel de mooiste wedstrijd van het seizoen: de returnwedstrijd in de Champions League tegen Bayern München.

Op 19 april kon Ajax geschiedenis schrijven door zich na 1973 opnieuw te plaatsen voor de finale van de het belangrijkste Europese toernooi. De eerste wedstrijd in München leverde een bloedeloze 0-0 remise op. De return zou bloedstollend worden. Het werd uiteindelijk een volksfeest door een 5-2 overwinning. Jari Litmanen bracht Ajax al vroeg op voorsprong, maar Marcel Witeczek scoorde in de 36ste minuut tegen en zorgde voor een 1-1 ruststand. Ajax toonde veerkracht en een prachtige goal van publiekslieveling Finidi George en eentje van Ronald de Boer. Daarna kreeg Ajax het nog even benauwd toen Danny Blind een penalty veroorzaakte, die verzilverd werd door Mehmet Scholl. Blind mocht zijn handen dichtknijpen dat hij slechts de gele prent te zien kreeg, anders had het wellicht anders af kunnen lopen. Zover kwam het uiteindelijk niet. Marc Overmars en Litmanen deden de deur definitief op slot en bepaalden de eindstand op 5-2. Ajax stond in de finale!

Op 14 mei 1995 mocht Ajax zich voor de 22ste maal als landskampioen laten kronen. In het Olympisch Stadion werd FC Volendam met 4-1 verslagen. De ploeg werd gehuldigd op het Leidseplein, maar de echte uitbundigheid werd bewaard voor 24 mei toen de finale van de Champions League wedstrijd tegen AC Milan gespeeld zou worden.

En die woensdag 24 mei, dat was in alle opzichten een historische dag. AC Milan was erop gebrand wraak te nemen na de eerdere groepsnederlagen tegen Ajax. Voor de voetballiefhebbers was er die avond niet veel te genieten. Ajax was geen schim van de ploeg die dat seizoen met gemak tegenstanders degradeerde tot figurant. En toen was daar het puntertje van Patrick Kluivert, invaller nota bene. Hij maakte aan alle spanning een einde. De jongeling liet keeper Sebastiano Rossi kansloos en deed Amsterdam en de rest van Nederland juichen. Dat Kluivert de beslissende goal scoorde was symbolisch voor dat seizoen. De opstanding van het Amsterdamse talent, de branie, vroege volwassenheid en voetballende kwaliteiten maakte de ploeg bijna letterlijk onverslaanbaar in Nederland en Europa.

En zo werd een schitterend seizoen afgesloten. Ajax had een van de meest succesvolle seizoenen ooit gespeeld. De absolute bekroning zou enkele maanden later volgen toen Ajax het Braziliaanse Gremio van Luis Felipe Scolari na strafschoppen versloeg in de strijd om de wereldbeker.

De Ajax-selectie 1994/95
Doel – Fred Grim, Edwin van der Sar
Verdediging – Danny Blind, Frank de Boer, Winston Bogarde, Michael Reiziger, Frank Rijkaard en Mendel Witzenhausen
Middenveld –  Ronald de Boer, John van den Brom, Edgar Davids, Jari Litmanen, Kiki Musampa, Tarik Oulida, Martijn Reuser en Clarence Seedorf
Aanval – George Finidi, Nwankwo Kanu, Patrick Kluivert, Marc Overmars, Peter van Vossen, Clyde Wijnhard en Nordin Wooter

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *